
Na raadpleging van google maps blijkt dat we afgeklokt zijn op 6300 km, wat gelijk staat aan de straal van de wereldbol (van op de evenaar naar het kernpunt). Mooi!


Na raadpleging van google maps blijkt dat we afgeklokt zijn op 6300 km, wat gelijk staat aan de straal van de wereldbol (van op de evenaar naar het kernpunt). Mooi!
Gegroet, voor wat waarschijnlijk het laatste blogbericht wordt!
Voor wat betreft Iguazú: het contrast met wat we daarvoor al hadden gedaan, kon niet groter zijn. Hoewel op voorhand gewaarschuwd, wouden we toch eens die beroemde watervallen zien, en het toeristische kantje van die plek ” daar zouden we wel tegen kunnen”. Niets bleek minder waar te zijn. Nog vóór aankomst in het ‘nationale park’ zagen we ons reeds genoodzaakt om met elkander in het Engels te praten om de hollanders op afstand te houden (wat uiteindelijk niet gelukt is, want ze vroegen ons in het Engels honderduit over onze manier van reizen, rotsvast gelovend dat we effectief van het Verenigd Koninkrijk kwamen) en eenmaal ín het nationale park moet je je best doen om niét in een commerciële “jungle-tour-jet-ski-wildwatertocht-met-gids” te belanden. Overal staan borden met “warning, you might encounter wild animals” (geloof ons, op alle plaatsen behalve dààr), maar dat er een wandelpad naar de watervallen bestond werd nergens aangegeven. Dus tot overmaat van ramp bevonden deze onwetenden zich plots in een treintje tussen coca-cola-drinkende Duitsers met afzichtelijke kinderen en hotdog-stampende Amerikanen. Het hoeft niet gezegd dat onze maag keerde bij het contrast tussen dit oord des onheils en pakweg het ongerepte Baritú, en op een gegeven moment hadden we zoveel spijt van onze beslissing hierheen te komen dat we bijna waren weggegaan alvórens de watervallen gezien te hebben.

"euforie" in het treintje
Gelukkig deden we dat niet. Alle te betreuren menselijke activiteit errond ten spijt, Iguazú herbergt watervallen van een ongeziene schoonheid en kracht. Alle scepsis verdween uit onze gedachten en we konden niet anders dan verwonderd staan gapen naar dit wonder der natuur. De hoeveelheden water die daar naar beneden denderen onder begeleiding van een geweldig gedonder en geraas, resulterend in geweldige waterstofwolken die je soms letterlijk de adem afsnijden, in 1 seconde doorweekt maken en de bodem onzichtbaar maken… Dit alles maakte dat we uiteindelijk blij waren dat we Iguazú toch hadden aangestipt!

het keelgat van de duivel (garganta del diablo)



Langer dan nodig hoefden we echter ook niet te blijven, dus die nacht schoten we ons alweer een lange-afstandsbus op naar Corrientes, hoofdstad van de gelijknamige provincie. Met de tijd en nog wat centen aan onze zijde konden we alweer doen waar we zin in hadden, en dat was eensgezind: paardrijden! En wonderwel, Argentijnse efficiëntie blijkt te bestaan. We vonden ze in de vorm van 2 vrouwen in het officina del tourismo de la provincia, die zich in de vroege ochtend als een wel gesmeerde tandem in gang trokken om ons uitkomst te bieden: meerdaagse paardritten ergens ten velde! Zij regelden nu eens werkelijk àlles, en plots werd er ons een heel plan voorgeschoteld: we konden naar Esquina, acht uur bus verder, waar we zouden opgehaald worden en naar een estancia gebracht worden. Dat klonk als een plan, en na een bezoekje aan het plaatselijke museum voor schone kunsten en de coöperatieve van de artisanias voerden we dat uit. Echter niet nadat Koen besloot stadsbuslijn 3 integraal uit te roken door zijn doorweekte kousen aan de buitenkant van zijn rugzak te drogen te hangen, hetgeen terecht als een misdaad tegen de menselijkheid kon beschouwd worden – de lokale passagiers staken massaal en eensgezind de neuzen door de gauw opengegooide vensters. Die estancia waarvan sprake bleek een domein te zijn van 4000 hectares, genaamd Buena Vista, met een veestapel van zal ik je daar eens hebben en werkelijk àlles wat ons hartje verlangde (en nog meer). In feite was het zwaar boven onze categorie en uiteindelijk voelden we ons af en toe zelfs beschaamd (bijvoorbeeld toen onze was voor ons gedààn werd, u leest het goed) maar aangezien men ons daar blijkbaar toffe peren vond, werd er vlot 40% van de prijs gedaan. Op die manier konden we daar 4 dagen verblijven, en die brachten één voor één hoogtepunten: Argentijns eten dat smelt op de tong, rode wijn, zonsopgangen tussen de palmbomen zoals je die normaal alleen in reclame te zien krijgt, leren lassowerpen en met de gaucho’s over de savannes en de steppen rijden tussen de struisvogels, de buffels en de krokodillen. Iedere dag. Wanneer we ergens naartoe moesten, dan gallopeerden we daar naartoe, en bij nood aan nieuwe paarden gingen we die zoeken op de steppe, dreven we ze al fluitend en roepend voor ons uit naar de estancia en hadden we ze maar uit te kiezen. Een asado aan de rand van Rio Corrientes en 7 liter bier later werd ook aan het concept ‘rijden onder invloed’ een nieuwe connotatie gegeven, maar zelfs “leutig” bleken we uitstekend te rijden volgens Fabian, onze gids. Zelfzeker en stevig in het zadel, tegen snelheden die volgens de gemiddelde manège onverantwoord zouden zijn, met één hand en zonder zweep.

onze eerste ochtend op Buena Vista

zonsopgang met maté



Eerste gids Pedro (Fabian had een kater) en Koen op 'Suerte'

Maarten op 'El Piogo'

Nadat vader struisvogel panisch richting horizon vluchtte (ook wel 'harken' genoemd) en zijn nest onbewaakt achterliet.

primavera in Argentinië: een halfuur-oud lammetje-met-navelstreng

Koen zijn tweede uur ooit op de rug van een paard: jaag eens koeien uit de geitenren!

"the horizon is the limit"

er lag al eens een kadaver; dankzij de talloze gieren gaan de verteringsprocessen nogal snel

Na het rijden: koffie, limoencake en schaken (tussenstand 1-1, beslissend spel volgt nog)

Vergezeld van Michaela, een 7-jarige gaucha!

Voorafgaand aan het opzadelen

Onderweg onnozel doen met Michaela en haar pony

een groententaartje en een versgeperst sapje (alle ingrediënten van alle gerechten biologisch en afkomstig van de landen van de estancia)

Oefenen met de door Fabian gemaakte lasso

Koen op 'La Rosita', beestje met meer pit!

Asado langs de oevers van Rio Corrientes

Een muziekje voor de maaltijd

La Rosita, ook aan de maaltijd, aan Rio Corrientes

De sneltrein genaamd 'Despalestado', een hele opdracht voor Maarten

Fabian en een deeltje van de asado

Tijdens het lessen van de paardendorst bleef enige alertheid op zijn plaats.

In de 'Coral'


'En galope', zweep slechts één keer nodig

Gewoon vlammen
“Beter wordt het niet”, en na deze vierdaagse – na een maand weer op weg naar de hoofdstad – voelden we al enig bezwaar tegen gemotoriseerde voertuigen. Maar aangezien het geld nu zowat op is, zagen we ons wel genoodzaakt om langzaamaan een einde aan het verhaal te breien… In Buenos Aires hebben we hier trouwens een uitstekende stek (met binnen- en buitenzwembaden, pingpongtafels, sauna, fitnessruimte…) bij An en Rik, twee bijzonder hartelijke mensen met wie het gezellig en leerrijk tafelen is. In schril contrast met de primitieve omstandigheden zoals we die drie weken gekend hebben, maar wel eens deugddoend voor de spiertjes. De komende dagen zullen we vullen met wat de stad ons te bieden heeft, en dan wordt het weer eens tijd voor België – hoewel een vluchtige blik op de website van de vrt-redactie me bij voorbaat al hoofdpijn heeft bezorgd, maar bon.
Bij aankomst mag u zich verwachten aan twee geweldige baarden, honger en moeheid. Indien we van de tarmak komen gekropen op knieën en polsen en enigzins vreemde geluiden maken, excuus, alsook voor eventuele geurtjes. Gelieve ons een bed in onze knieholten te schuiven en alvast plaats te maken voor onze verzameling lianen en ander tropisch tuig.
Tot gauw,
Maarten & Koen

Bueno vista social club
Tot u schrijven twee overlevenden van het zeer mysterieuze land Paraguay. Onze gids over dit land, trouwens ook het énige dat erover te vinden was, besloeg welgeteld 30 bladzijden, waarvan de helft over Asunción, de hoofdstad. Wij gingen de boel even verkennen…
Nachtbus vanuit Resistencia naar Asunción, rond 4u ´s nachts gingen we de grens passeren. Even spannend daar onze paspoorten bij de grensovergang van Bolivië naar Argentinië niet geheel volledig in orde waren geraakt(wegens gebrek aan stempelhokjes, niet onze fout). Enfin, uiteindelijk geen probleem en op de bus aan de praat geraakt met twee sympathieke discomadammen, die ons gezien onze historie en ons toekomstig plan alvast bij hen uitnodigden voor te douchen. Consequent zoals we zijn, lieten we echter Asunción algauw voor wat het zijn grijze zelf was, om richting Ybycui te rijden. De bus hiernaar toe had al heel wat meer charme, en dito gebreken. Maar onze indrukken van het voorbij reutelend Paraguayaans landschap waren verrassend positief. Dit werd enkel bevestigd in de ‘busterminal’ van Ybycui. Tijdens het wachten op de laatste bus scoorde Maarten met zijn 2 zinnetjes Guarani al bij de plaatselijke oudjes die oprecht geïnteresseerd waren in ons, en wat ons naar hun land bracht. Steevast werd elk gesprek afgesloten (de ene ging andere kleren aandoen om zijn uurtje radiotijd te presenteren) met `¡Buenvenido en Paraguay!`.
Parque Nacionale Ybycui was onze uiteindelijke bestemming, een drietal kwartiertjes op een soortement schoolbus verder van Ybycui-city.

de bus die ons naar parque nacional Ybycui bracht

De laatste 2 kilometer, het was ondertussen het heetste van de dag, moesten we onszelfs over de tiera roja (rode aarde) slepen, maar het loonde. Een schitterende kampeerplek waar we naar goede gewoonte alleen waren. Vlakbij onze tent knalde een waterval naar beneden met zwembaar gedeelte onderaan (adamskostuum deel 2). Dit alles gehulde in massa`s grote gele, zwarte en blauwe vlinders, die uiteindelijk ook fanatiek vocht uitscheidden op ons. We zullen het maar als compliment zien.



Deze camping was alweer onze uitvalsbasis voor zowat alle paden die bewandeld mochten worden. Na een uurtje door de jungle kruipen, ontwaarde zich een open grasvlakte voor ons. De site van één van de eerste ijzerfabrieken in Paraguay, die op een gezegend moment aangevallen werd door Braziliaanse troepen en verdedigd door de arbeiders met hun gereedschap; houwelen, hamers, ijzeren staven… Vrij rechts militaristisch deden ook de 2 statische bronzen beelden aan van de leider van de verdedigers. Paraguay heeft er een geschiedenisje opzitten.


Nadat Maarten bij wijze van laatste hulde zijn gevoeg deed naast de site, schoten we ons weer de wildernis in om nog twee stuk voor stuk schitterende watervallen te ontdekken. Ontdekken is hier echt wel het woord: enkel daar waar er water lag, was er geen wildgroei van allerhande struiken en bomen die zich ook nog eens al dan niet met lianen als tussenmedium in elkaar verweefden. Menig filosofisch moment ontstond op een rotsblok tussen het opspattende, heerlijke water. Conclusie van één van hen: Hegel zat er dik naast.



het evenementenplein van 'iebiekwie'
Na te ontdekken dat ons horloge al enkele dagen een uur voor stond op de plaatselijke tijd, was het tijd om andere oorden op te zoeken. Die oorden werden gezien nog voldoende tijd Encarnación in plaats van Ciudad del Este. Vlakbij Encarnación liggen namelijk Trinidad en Jésus, bekend om hun ruïnes respectievelijk reconstructie van missieposten van de Jezuïeten ten tijde van de kolonisatie. Als Westerling wouden we ook de gevolgen van de Westerse expansiedrift en daarmee gepaarde kerstening enkele eeuwen geleden ervaren. Maar hierover later meer.
Het plan was om ‘s avonds bij aankomst in Encarnacion eerst ons vellen goed te vullen in een restaurantje dat volgens Lonely Planet (onze gids) niet ver van de busterminal lag. We waren echter letterlijk nog geen minuut uit de bus, of we kregen een doodsbedreiging naar ons hoofd geslingerd. Deze kwam van een duidelijk dronken jongeman die een even duidelijk gestolen gouden kettingetje aan ons wou verpatsen voor een dollar, om zo mogelijks nog meer te gaan drinken. Toen we hier niet op ingingen sprak die ‘te voy a coger’, wat evenveel betekent als ‘ik ga de liefde met je bedrijven’ / ‘I’m gonna fuck you up’ en een niet mis te verstaan handgebaar in de vorm van een pistool. Nuja, zoals het Vlaamse spreekwoord zegt ‘als de wijn is in de man..’ vervatten we onze weg richting het eerder vernoemde restaurantje. Toen dat niet meer bleek te bestaan, en 2 vriendelijke dames al wijzend naar onze bagage erop hamerden om voorzichtig te zijn in de buurt, besloten we Encarnación vriendelijk doch kordaat achter ons te laten. Ongeveer 35km boven dit hol moest Parque Manantial zijn, ook beschreven als ‘paradise for campers’. Iemand van een taxibedrijf beweerde dit te weten zijn en wou ons er voor 100 pesos naartoe voeren. Uiteindelijk bleek deze man de eigenaar te zijn van het taxibedrijf en duwde een andere chauffeur in de auto. Deze had slechts 1 oog en wist, in tegenstelling tot zijn werkgever, onze bestemming helemaal niet zijn. Zowat de hele weg heeft onze moedige chauffeur zonder dieptezicht dan ook al bellend doorgebracht, soms al driftiger dan anders, om aan iedereen in zijn adresboek de weg te vragen. Uiteraard weer feilloos gearriveerd en onze tent opgezet in een inderdaad vrij Centerparcs aandoend vakantiedomein (met ons als enige bezoekers). Net toen we besloten hadden om gezien het gering aandeel insecten onze rugzakken in de voortent te laten liggen, brak die nacht onder begeleiding van rake bliksems de moesson uit. Wonderwel sliepen we door het grootste deel ervan, maar ‘s ochtends ontwaakten we in een rivier en het regende nog. De tierra roja, vooral in liquide vorm, kruipt werkelijk waar ze niet gaan kan. We zagen ons genoodzaakt om beslag te leggen op het overdekt terras van Ruben, de uitbater, om onze spullen te laten drogen, maté te slurpen en tevreden te zijn over de situatie.

Ruben, hij had al een vreemd accent en ook zijn blond haar en blauwe ogen waren opvallend, bleek een vierde generatie van Duitse inwijkelingen te zijn. Meer bepaald die van de rechtse rakkers. Hij was ons echter goed gezind, dank u ariër Maarten, en stelde voor om ons naar onze volgende kampeerplaats, vlakbij de ruïnes , te voeren in zijn oldtimer Volkswagen. Eerststonds leidde hij ons eerst nog vanuit deze rammelbak rond in de stad. Hohenau bleek een neofascistisch, incestueus hol te zijn waar Ruben vrolijk wuifde naar alle andere blond-uitziende mensen. Op de straatnaamborden stond het enbleem van de plaatselijke marktleider inzake Yerba Maté, als er een huis te koop stond, stond er onder het Spaans ook gegarandeerd ‘zu verkaufen’, Volkswagens en Mercedes Benz-en vulden de straten, en zelfs een swastikateken heb ik op de muur van schuur gezien. In het gesprek dat we ondertussen met hem hadden sprak hij in chronologische volgorde van grofheid : “ik weiger Guarani te leren” (de officiële taal van indiaanse origine), “de mensen hier (bedoeld op de indianen) kunnen niet leven in een democratie, dan functioneren ze niet, ze hebben een harde hand nodig” waarna hij mijmerend zei dat er onder de dictatuur tenminste vooruitgang was . Toen we hem vervolgens vroegen of die dictatuur links of rechts was, sprak hij zeer kordaat “rechts…rechts”.

het Germaansche Vehikel van het Sujet Ruben
Hoe dan ook, waarschijnlijk middels het clubje rechtse rakkers, dat zich zelfs uitspreidde tot het beheer van de ruïnes, konden we onze tent gratis opslagen vlak voor dit stuk Wereld Erfgoed. Die avond ging er een nocturne door waarbij de ruïnes met sfeerlicht belicht werden en er kerkelijke muziek over het domein galmde. We vervoegden dan ook de rondleiding, samen met de 30-tal andere bezoekers die allen van Asunción kwamen. Algauw bleken de ruïnes echter maar stenen te zijn, en werden wij de echte attractie. Toen we zeiden dat we van België kwamen hingen er afwisseld een paar rond ons lijf, in allerlei talen allerlei dingen vragend terwijl we ergens in de verte iemand tegen iemand hoorde zeggen: “Son de Belgica!”. Pas nadat we hen plechtig hadden beloofd met hen op de foto te staan NA het bezoek, konden we genieten van wat ‘s nachts des te meer een sacrale plek is was. In dit ‘klooster’ op voormalig grondgebied van Spanje(dat slavernij verbood) leefden Jezuïeten samen met indianen en werd onderricht gegeven over taal, religie en landbouw. Tevens waren de plantages hier één van de beste, alsook het onderwijs in Guarani. Portugal echter, dat niet vies was van brute slavernij, had zijn oog op deze vreedzame levensgemeenschap laten vallen en bombardeerde het herhaaldelijk om het uiteindelijk integraal uit te moorden. Het doet vreemd om op deze plek als enige twee Westerlingen te staan.



Eens terug buiten het domein werden we werkelijk omringd door vooral het vrouwelijke deel van de bezoekers. De jongere exemplaren wouden beurtelings op de foto met ons, zij die in het beeld stonden wegjagend, terwijl de oudere wouden weten van waar we kwamen, waarom we hier waren en dat we toch zeker in ons thuisland gingen vertellen over Paraguay. Bij deze…
Vanmorgen dus aftocht naar Ciudad del Este, hetgeen de grensovergang naar Brazilië is en dus even verder Argentinië. Dit is een krioelend wespennest met verkopers van ALLES, kraampjes op het trottoir die het voetpad uiteindelijk herschapen in een zeer smalle winkelstraat en massa’s voertuigen die naast, door en tegen elkaar voortbewogen. Na Paraguay, een land met zeer mooie en vuile kanten, voelt terugkomen in Argentinië even als thuiskomen. Hetgeen vanmiddag ook gevierd is met een uitgebreidde driegangenmenu, want HONGER.
Enfin, momenteel in een hostelletje in Puerto Iguazu gestationeerd, morgen naar de watervallen op de minst commercieel uitgebuitte manier die mogelijk is. Wij hopen dat het iedereen inmiddels even goed vergaat als ons.

Ciao, suerte
Koen (door de mensen hier uitgesproken als Khun) y Martin
Buenas!
Snel gevlucht uit het stoffige en drukke Orán, kropen we gauw een bus op naar het noordoosten van het land: Resistencia, in de geschiedenis van dit continent gekend als plaats der menig slagveld tussen de Europese conquistadores en de indigenas. Na een nachtelijke rit met een op het nippertje gekochte en achteraf gezien betreurenswaardige maaltijd, besloten we de geschiedenis nog even voor ons uit te schuiven en eerst het relatief kleine nationaal park Chaco aan te doen. Dit was in alle opzichten zowat het tegengestelde van Baritú: makkelijk bereikbaar, goed gedocumenteerd, met voorzieningen die kamperen in het wild eigenlijk wat te comfortabel maakten. Maar eerlijk gezegd, na de voorheen beschreven tocht leek ons dat best aangenaam. Na aankomst in het aardige dorpje Capitán Solari vonden we een wegens siësta uiteraard gesloten officina de guardaparques, en dus regelde Koen in eigengereid Spaans een lift.

leve pick-ups
In Chaco (deel van de provincie Chaco, die op haar beurt deel uitmaakt van de Gran Chaco, een savanne die zich uitstrekt over Paraguay, Bolivia en Argentinië en die wegens haar extreme droogte en uitgestrektheid gevreesd werd door de kolonisten) vonden we een mooi bezoekerscentrum met alle dierengidsen vandien. We besloten alledrie de mogelijke tochten door het park te maken, en op de eerste was het al prijs: een aap (caí monkey), een gigantische arend (black-collared eagle) en een toekan (Toucan Grande).





wegens getrokken uit de verte, serieus gepixeleerd ingezoomd op de computer, maar niettemin een toekan!
Ietwat overmoedig, maar zeer gecharmeerd door deze beboste savanne, grepen we naar twee wat men hier noemt ‘fietsen’. Met deze wrakken reden we tot de westelijke bovengrens van het park, tot bij een droogstaand meer (het is hier momenteel geen regenseizoen), om de gieren en uilen te bewonderen. Het werd uiteindelijk een race tegen de zon om voor het aardedonker terug op onze kampplaats te raken, want de nacht viel snel en de poema’s waren ook hier op pad. Na het uitblazen en koken onder het goedkeurende oog van een kwijlende bergvos – door Koen liefkozend ’de ratten van de rimboe’ genoemd – gingen we ondanks de muggen voor een welkome nachtrust in de tent.

zorro de monte, al was er geen berg te bekennen
Bij het ontwaken schoot me de mij nu al nauw aan het hart liggende zin ‘I slept in the Gran Chaco…’ te binnen en ik verwachtte een stralende dag. Dat werd het eerst ook, na alweer een rugbrekende fietstocht naar een lagune waar we schitterend vreemde reigers, een wasbeer, vele arenden en gieren zagen, met als uitsmijter een 2 meter lange krokodil (kaaiman).


Op de terugtocht besloot Koen zijn lijf echter te protesteren tegen het klimaat/voedsel/dagritme, wat aan onze tent resulteerde in een veelzijdige leegloop. ‘In allerijl richting stad, voor een bed en een ietwat gebalanceerdere maaltijd’, dacht ik. Na de verplichte tussenstop in Solarí, een immodium, een erptensoepje en een allesverzachtende yerba mate (ik werd in Patagonia verzot op deze bittere drank), overkwam hem echter een plotse wederopstanding. De aanwezigheid van een zeldzame en niet te vergeten blonde Duitse medetoeriste had er misschien ook iets mee te maken, maar daar zijn we nog niet uit. Alleszins, Resistencia bracht ons een heerlijk maal, een sorbet van zal ik je daar gaan hebben en een folklorefestival met artisanale dingen en een uiterst charmante, blinde zanger-gitarist in zijn gloriemoment. Vandaag bezochten we fris gewassen el Museo del Hombre Chaqueño, een mooi ingericht museum over de geschiedenis van de vele indiaanse volkeren en de kolonisatie. Wanneer ik voor mezelf spreek, roepen deze geschiedenissen toch steeds een diepe schaamte en frustratie over Europa op, ookal zijn wij als generatie vandaag niet verantwoordelijk voor deze schandalige onderwerping. Het gesprek met Jesús, een vriendelijke man die we ontmoeten op weg naar Los Toldos, waarin hij vertelde over de diepgaande ontwikkelingshulp van bijvoorbeeld België in Bolivia, maakte me echter weer kalm vanbinnen. Toch wil ik langs deze weg nogmaals zeggen – want mits ontbossing voor onze teak en het Europees-privatiseren van voormalig nationale grondstofontginnende bedrijven gaat er nog steeds neokolonisatie door: iederéén die kan, draag alsjeblieft je steentje bij aan een meer rechtvaardige wereld. We zijn het aan de geschiedenis, aan onszelf en vooral aan de vele mensen die hier in plastieken tenten langs de wegen leven, verplicht.
Vergeef me dit gemoraliseer, het moest gezegd.

het visueel geïllustreerde mythologische scheppingsverhaal van de Guaraní

Ondertussen zijn er nieuwe plannen! Met vernieuwde energie en krachten – en hopelijk zonder fysieke mankementjes – gaan we deze nacht op weg naar Asunción, en als alles vlot gaat bevinden we ons morgen ergens omtrent Ybycuí, in het zuidoosten van illustere onbekende Paraguay. Hier is weinig tot niets over geweten, dus de wereld heeft ons weer veel te leren!
Een volgend bericht volgt wanneer de goesting er is en we weer eens ergens internet tegenkomen! Adios, Martín y een herboren Koen – getuige onderstaande prachtadonis:

Het laatste nieuws van onzentweegent dateerd ondertussen ook alweer van een week geleden. Maar geloof ons, het was een bewogen tijd. Hieronder een bescheiden impressie.
Salta -> Los Toldos
Dezelfde avond van onze vorige post, smeten we ons om 1.30u op een nachtbus richting Aguas Blancas, ofte de grensstad van Argentinië aan Bolivië. Maarten sliep vrijwel de gehele tijd, ik echter heb na ongeveer een uur voor aankomst even te ontwaken geen oog meer dichtgedaan. Redenen te meer: wegen die desdanig hobbelig waren dat ik dacht dat mijn raam eruit trilde, begroeiing naast die weg die geregeld eens tegen het bovenste verdiep van de bus knalde, een chauffeur die dringend vakantie nodig had, een versnellingsbak die dat ook wel kon gebruiken en als top of the bill: snalle brugjes die op de onverlichtte banen lagen, die enkel verlicht waren met tuinkaarsen. Aguas Blancas zelf, behoorlijk grijs transitdorp waar de clandestiene grenstraffiek tot 5 minuten voor het openen van de grenspost geschied in de struiken errond. Wijzelf relatief vlot kunnen doorgaan, waarna we de fysieke grens tussen beide landen, zijnde een riviertje, per bootje van het merk ‘maaktemzelf’ overstaken.

Van Bermejo (grensdorp van Bolivië) naar Los Toldos konden we per taxi, terwijl onze rugzakken broederlijk naast 2 regenpijpen op het dak lagen gebonden. Het laatste eind naar Los Toldos (17km was ons gezegd, 27km zo bleek), moesten we stappen. Maar we hadden er na alle busritten en steden genoeg zin in. Ook net na het overstappen van weer de grens, ditmaal terug naar Argentinië, verscheen een bord met de lang verhoopte vermelding…

Het dient te vermelden dat dit het begin van onze tocht naar Los Toldos was. De eerste tekenen jungle ontsproten in de verte. De weg echter bleef een onvervalste dustroad onder allesverterende zon die geen enkel plekje schaduw prijsgaf. Ook begon die naar het einde toe serieus te stijgen, maar wel schitterende landschappen. In chronologische volgorde:



Let op het bordje links 'Argentina', dit was onze tweede, heel wat minder gecompiceerde grensovertocht

Maarten na zijn dubbele open scheen- en kuitbeenbreuk, in beide benen nog wel

na 17km, nog 10km te gaan, te ver
In Los Toldos zelf als voorsmaakje op het echte Baritú een nacht gecampeerd in Reserva Nacional Nogalar, waar we de dag nadien een eerst penetratie van de rimboe pleegden. Gedachten als “dat is hier gelijk de tropen” kwamen op, het waren ze ook.

in de bosjes

op zijn hondjes, en zonder gastro-intestinale klachten achteraf
Los Toldos -> Baritú
Na twee dagen gestationeerd te zijn was het tijd voor het echte werk. Na eindeloos informeren bleek er ‘un tractor’ van de gemeente naar Baritú te rijden. Uiteraard leek ons dat de ideale gelegenheid tot transport, al waren wij niet de enigen met dat gedacht. Tussen een 15-tal dorpelingen waarvan minstens 10 geïntoxiceerd met cocabladeren respectievelijk wijn uit een kartonnen doos, tientallen zakken voedingswaren, een ploeg en dozen schoolboeken van het ministerie van onderwijs, tufte en sleepte de tractor zich door de brandende vallei. Letterlijk en figuurlijk, daar kleinschalige bosbranden werden ontstoken om later maïs op te telen.

Een fractie van de kar, de man met de hoed, Concexcion, werd later onze gids en gastheer
Baritú
Op het westelijke eindpunt van Parque Nacional Baritú, lag een dorp met 20 inwoners, zonder elektriciteit of andere denkbare voorzieningen. Hier verbleven we twee nachten bij Concexcion en diens vrouw Josefa (die duidelijk thuis de plak zwaaide). We zaten temidden van het traditionele leven van Quechua-indianen, en genoten van de lokale gastronomie, hoewel die na 2 dagen toch verdacht op elkaar begon te lijken.

de oven waar het geslachte varken/schaap in gerookt werd, ook slaapplaats voor één van de honden

De volgende dag kon wegens slecht weer een paardentrektocht niet doorgaan, maar de geluiden die ‘s nachts uit het ons omringende woud kwamen, lokten ons toch richting jungle. Met concexcion als gids konden we de paden verlaten en ten volle de brousse verkennen tijdens een 5 uur durende ochtendwandeling.


Baritú -> El Lipeo
Gehucht van 120 man tussen Baritú en Los Toldos, door ons bereikt per paard (onderweg Toekan gezien) met op ons programma Las Termas, een warmwaterbron. Na een uurtje een langs de bergflanken slingerend paadje te volgen, verscheen inderdaad een soortement openluchtbadhuis. Tegen de helling op waren her en der betonnen badkuipen gemaakt die constant volliepen en overstroomden met warm tot heet water (afhankelijk van welke kuip) dat rechtstreeks uit de berg kwam. Een penetrante zwavelgeur was dan ook een noodzakelijk kwaad, maar het maakte ons alleen maar vrolijker.
Voor het eerste totaal onafhankelijk in de jungle sliepen we op een camping naast Rio Lipeo ( beeldt u zich Jungle Book in). Camping doet echter onherroepelijk denken aan hollanders. Dit was een met prikkeldraad en hek afgesloten stuk woud (tegen Hollanders en Jaguars) waar we als enige bezoekers konden wezen.
El Lipeo -> Los Toldos
Daags nadien ging dezelfde tractor weer naar Los Toldos, deze keer incluis 2 wilde zwijnen. Na een toch wel slopende tocht verwenden we onszelf met een cabaña ofte vakantiehuis met elektriciteit, 4 bedden, een matrimoniaal bed, douche en open haard om daar vanmorgen omstreeks 6u uit te spurten richting laadbak van de pick-up van de parkwachter. Die nam ons mee door het noodzakelijke stuk Bolivië. Na een niet onbewogen grensovergang bevinden we ons nu in Oran, in een internetcafé dat ons qua mede-internetters serieus op de zenuwen werkt.
Volgende halte Resistencia, museumpje en P.N. Chaco!



adamskostuumsgewijs baden in den jungle

uitzicht camping El Lipeo



vanochtend in de pick-up
Vanaf heden spreken we hier in de wij-vorm! We vonden elkaar makkelijk op de luchthaven en zetten diezelfde dag nog aan van Buenos Aires naar het hoge noorden: Salta, 21 uren op de bus verder (met compagnie van de plaatselijke bohemers – dixit henzelve – die ons met vereende krachten de traditionele folkloremuziek probeerden aan te lerén). Het kruipt in uw kleren, zeker daar die van Koen al aardig vol zaten van het lange vliegen, maar we spotten al enige carpachas, arenden en duiven:

Pero bueno, we sliepen in een aangenaam hostal in het centrum van de stad, aten en dronken rijkelijk in een chique restaurant (voor 5 euro de man) en gingen deze ochtend op zoek naar informatie over wat de moeilijkst te bereiken regio van Argentinië blijkt te zijn: Baritú, ook gekend als de jungle. Dit is het enige tropische park van het land, en er wordt gezegd dat het een wildernis is. De blikken in de ogen van de mensen op de vele toeristische diensten die we raadpleegden, spraken boekdelen; een kleine benadering:

¿Baritú?¡
Bij het horen van ons eerste plan van aanpak (via de sierra´s in het westen) kregen we de reactie: Ustedes quieren sobre vivir? Dat zei voldoende, dus we besloten om de veiligere route via Bolivia en enige inheemse pueblos te nemen. Het park ligt wel degelijk nog in Argentinië, maar de ingang is via Bolivia.
Elk van die pueblos ( waar ook wel voedsel te vinden is, werd ons verzekerd) zal voor enkele dagen onze vertrekbasis worden voor menig tocht te paard, langs menig jungletafereel en thermen! Het eten voor de eerste 6 dagen is ingeslagen, de bus naar de grens vertrekt vannacht, dus wij groeten jullie in volle verwachting van wat komt en zullen zodra we opnieuw internet ruiken een verslagje proberen assembleren (+/- 10 dagen verder). Geen reden tot zorgen, we houden er onze bebaarde hoofden stevig bij!

Aan het recupereren van de vliegreis!

Onze hoofden, nadat bleek dat Koen zijn hoed 1 minuut na aankoop reeds kapot was.
Saludos y hasta la proxima!
Wat voor Maarten de tweede fase van zijn reis wordt en voor mij de eerste, is bijna binnen handbereik. Even dreigde het van begin af aan grondig mis te lopen daar er verwarring bestond over de dag des aankomst, maar één ding is intussen uitgeklaard: woensdag 12u45 plaatselijke tijd gooi ik mezelf na 16 uren vliegen op Argentijnse bodem. Als de douane vervolgens niet te moeilijk doet over mijn flaconnetje ecovert-waspoeder begint vanaf dan enerzijds een langverhoopt weerzien, anderzijds een aaneenrijging van memorabele momenten, elk op hun manier. Maar laat me u niet overladen met suggesties over wat komen zal.
Terwijl Maarten afgelopen maand meer tijd boven een bultrug spendeerde dan ergens anders, zal ik bij wijze van aanvulling mijn afgelopen maand ook even kort schetsen. Vier weken vakantiewerk op de chemische fabriek van Delaval. Een bedrijf dat allerlei ontsmettingsmiddelen en vloeibare zepen produceert, maar het merendeel van de tijd gaat naar het vervolgens vullen van recipiënten ermee. Meer bepaald vaten van 1, 5, 10, 20, 60 en 200 liter. In elke zin die op en rond de werkvloer uitgesproken wordt, wordt dan ook minstens één van voorgaande inhoudsmaten vernoemd. Dan hebben we nog Filip de heftruckchauffeur, Hendrik de tweede heftruckchauffeur die kan praten ook, Marina -the voice of hell- aan wie ik met de grootste moeite en allerlei tekeningen de fenomenen tarra, netto en bruto probeerde te verklaren, mijn bazin Tanja -”en gaat ge met den auto naar Argentinië?”- en Jonas de 16-jarige jobstudent die al meer soorten drugs genomen heeft dan er in het register van verboden producten staan, maar die het liften naar Berlijn wel ‘geflipt’ vond en ‘dat nu eens NOOIT zou doen’. Of hoe een waardenschaal zoal kan variëren van mens tot mens. Het laat geen twijfel dat ik niet rouwig ben dat die periode achter de rug is, en daarmee ook de laatste fase voor het vertrek. Verder ga ik deze voor de rest reeds fabelachtige blog niet bevuilen met niet-relevante toestanden.
Wij houden u via ditzelfde medium gaarne op de hoogte van wat we aldaar tegen komen, al kunnen we zelf nog niet voorspellen wat dat allemaal zal zijn. Onder het motto ‘de wereld is mijn speeltuin’ zal ik als ik al voor mezelf spreek op de schommel zitten tot ik ervan overgeef, op het draairad tot mijn schoenen middelpuntvliedende-kracht-gewijs andere oorden opzoeken en in de zandbak scheppen tot er nooit geziene architecturale pareltjes staan.
Tot lezens
El Koen